Pages - Pagina's

13 May 2011

Kavieng (PNG) to Ghizo (Solomon islands)
Fri 22 April 2011 till Fri 13 may 2011
New Ireland is a long thin island with a north south orientation. A few days before our departure we are still undecided whether to sail on the east or the west side of the island towards the Solomon islands. The very minimal weather predictions (other sailors told us the wind predictions are useless) are no help either, so we choose to voyage past the west side. As was to be expected, the wind prediction is wrong, but that does not mean that passing on the east side would have been better. First we head back to where we came from and motor the 20 miles between the reefs and the islands until we reach open water and then veer to the left in a south south easterly direction. The current is with us during the next 30 to 40 miles, while we have the wind on the beam. Fine, but during the night the current reverses and a while later we have the wind also on the nose and it increases in velocity. There should have been hardly any wind according to the prediction, it is wrong within a day.
We cannot maintain the desired course at times, but after a few hours we slowly veer back to our original course line, whenever the wind changes direction or in force. We keep that up for the next 24 hours: changing winds and a steady counter current.
At 1100 hours on Saturday morning the engine stops, for a while the rpm's had been going down. The sea is fairly calm, so Joop opens covers and hatches to check it out. The problem seems to be the diesel intake. He cannot find a clear cause of this problem, but exchanges the primary diesel filter (you have to do something) and the engine starts again. By 1300 hours we can continue the journey. This diesel intake problem will haunt us for the next two months.
Whole tree trunks and big branches are floating in the water and we worry about hitting one during the night, but we are lucky and nothing happens. The currents are still moving us sideways, while the wind is not helping us either. Early Saturday night we sail into an enormous rain storm with 30 knot winds from all directions. It lasts three hours and the rain buckets down. It takes all the wind with it and the remainder of the night we only have to battle the counter current. Sunday morning the adverse current and wind increase again and we decide to make a right turn and head for the bay of Raboul, on New Britain island. We look forward to a long night sleep and the impressive sights of the active volcano in this bay.
Kavieng (PNG) naar Ghizo (Solomon eilanden)
vr 22 april 2011 tot vr 13 mei 2011
Nieuw Ierland is een lange sliert van een eiland dat globaal noord zuid georiënteerd is. Een aantal dagen voor vertrek hebben we lopen dubben of er ten westen of ten oosten langs zullen gaan. Gezien de zeer beperkte weersverwachting (er is wel windinformatie, maar de andere zeilers hebben er geen goed woord voor over), besluiten we: ten westen. Natuurlijk komt de windverwachting niet uit, maar dat wil niet zeggen dat ten oosten beter zou zijn geweest. We motoren dus de 20 mijl tussen de riffen en de eilanden weer in omgekeerde volgorde dan toen we arriveerden en slaan bij het bereiken van open water linksaf in zuidzuidoostelijke richting. De eerste 30 à 40 mijl hebben we nog stroom mee en zijwind uit westelijke richting, maar in de loop van de nacht gaat het mis. Als eerste loopt de stroom om van mee naar tegen en niet lang daarna besluit de wind hetzelfde te doen en wakkert daarbij ook nog aan. De windverwachting was voor geen wind van betekenis, dus die heeft het al na 1 dag mis.
We kunnen de gewenste koers niet houden en verleggen hem dus, maar een paar uur later kunnen we weer langzaam terugvaren naar de koerslijn na een winddraaiing en –verzwakking. En dat blijft het patroon van de volgende 24 uur: onbestendige wind en een bestendige tegenstroom.
Om 11 uur op zaterdagochtend nokt de motor ermee, na een gestage afnamen van het toerental. Gelukkig is de zee niet erg ruw, zodat Joop een reparatiepoging kan doen. Het probleem lijkt te zitten in de dieselaanvoer. Geen echte oorzaak van het probleem kunnen lokaliseren, maar na het vervangen van het primaire filter (je moet wat doen) start de motor weer om 1300 uur en kunnen we weer vaart maken. Dit dieselaanvoerprobleem zal ons de komende twee maanden steeds meer parten gaan spelen.
Er drijven veel boomstammen en grote takken in het water en we maken ons wat zorgen voor de komende nacht, maar we varen nergens tegenop. De stromingen sleuren ons voortdurend een andere kant op en de wind blijft ook niet behulpzaam. Aan het begin van de zaterdagnacht een joekel van een bui die ruim drie uur duurt met 30 knopen draaiwind en bakken met regen. Daarna is alle wind weg en hoeven we de rest van de nacht alleen de stroming te bevechten. In de loop van de zondagochtend nemen zowel de tegenstroom als de tegenwind weer toe en we besluiten rechtsaf te slaan en de baai van Raboul, Nieuw Brittanië eiland binnen te lopen, zodat we van een ongestoorde nachtrust kunnen genieten en de werkende vulkaan in de baai kunnen bewonderen.
We succeed on both counts and early Monday morning we are on our way again. All goes well until we reach the cape, there is no wind, but as soon as we round the cape and turn south east the counter current and wind hit us again. When the white caps appear all around us, we head for shelter in Putput harbour, to wait for better sail circumstances. Even with the motor at full throttle, our speed is only 2,5 knots, but it is sufficient to reach Putput in good light, making it safe to enter the narrow entrance channel to the harbour itself. The anchorage is a gem: small, but not too small, it offers protection for all wind directions and good holding. The harbour is rectangular and would even be good in a hurricane, except they do not occur at this latitude.
Beide doelen worden gehaald en maandagochtend vroeg zijn we weer onderweg. Tot aan de kaap gaat het goed want er is geen wind, maar nadat we de boeg naar het zuidoosten draaien nemen de tegenstroom en –wind weer rap toe. Als de witte koppen op de golven verschijnen besluiten we uit te wijken naar de haven van Putput en daar betere vaaromstandigheden af te wachten. Met de motor extra hard, maken we nog maar 2,5 knopen, maar dat is voldoende om met redelijk licht en dus veilig via een smal kanaal de haven in te varen. Een droom van een ankerplaats: klein, maar niet te klein, beschermd tegen wind uit alle richtingen en goede ankergrond. De baai is min of meer rechthoekig van vorm en perfekt geschikt voor het uitrijden van een orkaan. Alleen hebben ze die hier nooit.
Yacht Vaarwel and the entrance to the harbour                                       Jacht Vaarwel en de toegang tot de haven
In the north and west side of the bay are three villages, Putput is one of them. Some of the villagers peddle by in their dugout canoes, but most of them are too shy to talk to us. With the few who start a conversation, we set up a trade for fresh fruit and vegetables. Papaya's, bananas, egg plant and green beans are traded for rice, sugar and fish hooks. This kind of negotiations breaks the ice (weird expression to use in the tropics) and pretty soon we are invited to visit the villages. We had no intention of pumping up our dinghy and launching it, because we wanted to leave as soon as the weather improves. On the other hand, the anchorage is comfortable, the surroundings beautiful and the people very friendly, so we are easily persuaded to stay three nights. We check out the harbour in our dinghy, visit two of the three villages and walk with the children to the local primary school. The school is situated on the south side of Putput harbour and is easily reached via the main road, which skirts the harbour. This road which connects this part of New Britain with the provincial capital Raboul, resembles the gravel road to Elie Bay in New Zealand.
Aan de noord- en westkant van de baai liggen drie dorpjes, waarvan Putput er een is. Sommige inwoners komen langs peddelen in hun boomstamkano's, maar de meeste peddelaars zijn te verlegen om een praatje te maken. Met degenen die het wel aandurven regelen we al snel een aanvoer van groente en fruit. Papaja, bananen, aubergines en boontjes ruilen we tegen rijst, suiker en vishaken. Dit soort onderhandelingen breekt ook het ijs (eigenlijk een rare uitdrukking om te gebruiken in de tropen) en we worden al snel uitgenodigd om in de dorpjes langs te komen. Eigenlijk waren we niet van plan om de bijboot op te pompen en in het water te takelen, want we willen zo snel mogelijk verder als de wind verbeterd. Maar gezien de prachtige omgeving, de kalme ankerplaat en de vriendelijke mensen hier, besluiten we drie nachten te blijven. We zijn ook zo makkelijk over te halen. We varen wat rond in onze bijboot, bezoeken twee van de drie dorpen en lopen met een groep kinderen naar de plaatselijke lagere school. De school ligt aan de zuidkant van de haven en kan bereikt worden via de hoofdweg, die vlak langs de baai loopt. Deze weg, die dit deel van Nieuw Brittanië verbindt met de provinciale hoofdstad Raboul, doet ons sterk denken aan het onverharde deel van de weg naar Elie Baai in Nieuw Zeeland.
Serenade with guitar for us                                                                              Een serenade met een guitaar voor ons
In the village Samira we are entertained by an impromptu children's choir. They accompany us on the walk to the school. One of the teenagers climbs a coconut tree and cuts a heap of drinking nuts. In everything it reminds us that we are back in the Pacific ocean islands.
In het dorpje Samira worden we vergast op een impromptu kinderkoor uitvoering en tijdens de wandeling klimt een van de teenagers in een kokosnootpalmboom en plukt een zooi drinknoten. Kortom, als we het nog niet wisten: we zijn weer helemaal terug in de Stille oceaan.
Children's choir                       Kinderzangkoortje
For once our departure delaying tactics are rewarded: when we leave on Thursday 28 April we have the first few hours the current against us, then the current is with us and the next two days there is hardly any current. A Low pressure area has formed between Vanuatu and Australia and it causes slight to moderate northerly and westerly winds in the southern part of PNG. It does not last long, because the low heads quickly south in the direction of New Zealand, but it is a big help. These two days we manage to average 100 miles a day. The last time that happened was a long time ago.
We cross the wide sea channel between New Ireland and Bougainville island and sail in two days along the west coast of Bougainville. This island has good anchorages, but because the long civil war has only recently stopped, there are firearms everywhere and the people are now used to shooting and wounding or killing each other. No wonder that the long distance sailors do not stop at this island. We stay away from its coast too, which is also dangerous because of the many shallows and the inaccurate sea charts.
As soon as we reach the southern end of Bougainville, the low pressure system loses its influence on the winds here and the wind veers to easterly and southerly directions. As usual in the tropics, this change is accompanied by showers and wind gusts. The counter current appears again too. As well as our diesel gremlin. At 1500 hours on Sunday afternoon the engine stops again. Joop has it running again within an hour, but our hope of reaching Ghizo before Monday evening is gone, it is a 100 miles away yet. The nearest anchorage in the New Georgia group of islands is a Mbava island, a tiny speck on the chart. Our sea charts, electronic or paper, have no information on this bay (no depths, a vague shape only). All we have is a description on the computer, together with a sketch. We try to reach it anyway. We are lucky, because that night the wind disappears, the waves diminish and the counter current changes to a side current. Early the next afternoon we drop the anchor between the mangrove lined shores in 12 meters of water. Only a storm from the north could bother us, but such a storm is unlikely.
The next morning we leave very early for Ghizo, at least that is the intention. Schedules are made to be deviated from and this time the engine does not start. No diesel fuel? It appears to be the starting motor. When de Yanmar finally runs again, Joop notices that the cooling water pump leaks a tiny bit. It does not affect the cooling, because the motor does not protest with the overheating alarm, but when checked thoroughly after disassembling the pump, the conclusion is that the bearings are shot. This is a totally separate problem, not related at all to the diesel or starting problem, but it requires a workshop to fix it. A ship yard would even be better, we could then get the starting engine tested and maybe get help with the diesel intake problem. The Solomon islands is one of those poor third world countries where, except for the capital city Honiara, ship yards are a rarity. But as luck will have it, only 15 miles distant on the island Liapari, there is a ship yard run by Noel, a New Zealander.
So, on Wednesday 4 May we head for Liapari. The engine starts without a hitch, the diesel flows and the pump pumps enough cooling water, no problems at all today. As an added bonus, Hanneke catches a 90 cm spanish mackerel, an excellent fish for eating.
Dit keer wordt onze uitsteltaktiek beloond: als we vertrekken op donderdag 28 april hebben we eerst een paar uur stroom tegen, dan stroom mee en vervolgens twee dagen lang weinig stroom. Er heeft zich een lage drukgebied gevormd tussen Vanuatu en Australië en dat veroorzaakt zwakke tot matige noordelijke en westelijke winden in zuid PNG. Het zal niet lang blijven, want het laag zakt snel af naar het zuiden, richting Nieuw Zeeland, maar het helpt enorm. Twee dagen lang genieten we van daggemiddelden van bijna 100 mijl en het is lang geleden dat we dat haalden.
We steken de brede zeestraat tussen Nieuw Ierland en Bougainville eiland over en varen in twee dagen langs de westkust van Bougainville. Dit eiland heeft goede ankerplaatsen, maar aangezien een jarenlange burgeropstand net min of meer voorbij is, stikt het er van de vuurwapens en zit men daar niet met een paar gewonden of zelfs doden. Het mag dus geen wonder heten dat Bougainville door de zeilgemeenschap wordt gemeden. Wij blijven dan ook lekker ver uit de kust. Ook al omdat het daar wemelt van de ondieptes en de zeekaarten op z'n best onbetrouwbaar zijn.
Als we de zuidpunt van Bougainville dwars hebben is het laag zijn greep op het weer in onze omgeving kwijt en de wind draait weer terug naar oostelijke en zuidelijke richtingen. Zoals altijd in de tropen gaat dat gepaard met buien en windstoten. Ook de tegenstroom doet zijn duit in het zakje. Tot overmaat van ramp steekt het dieselduiveltje ook weer de kop op. Om 1500 uur op zondagmiddag stokt de motor en alhoewel Joop het ding binnen het uur weer aan de praat heeft, maakt het het ons wel duidelijk dat het niet gaat lukken om voor maandagavond Ghizo te bereiken (nog zo'n 100 mijl te gaan). De dichtst bijzijnde ankerplek in de Nieuw Georgia groep is op de tip van een klein eilandje, Mbava genaamd. Onze zeekaarten, zowel elektronies als papier, geven geen informatie (geen dieptes, vage vorm van de baai) en we hebben alleen een verhaaltje op de computer, voorzien van een schetstekening. Toch maar proberen. We hebben mazzel. 's Nachts valt de tegenwind weg, de zee wordt vlak en tegenstroom wordt zijstroom. Resultaat: halverwege de middag op twee mei liggen voor anker tussen de mangrove bossen in 12 meter water en alleen een storm pal uit het noorden zou ons kunnen deren. Zo'n storm is onwaarschijnlijk.
De volgende ochtend vroeg op en door naar Ghizo, althans dat is de bedoeling. Plannen zijn er om in de grond gestampt te worden en dus start de motor niet. Geen diesel? Nee het lijkt de startmotor te zijn. Als de Yanmar dan eindelijk aan wil slaan, valt het Joop op dat de koelwaterpomp op een niet geautoriseerde wijze water lekt. Het ding koelt nog wel, want de motor protesteert niet, maar nadere beschouwing (pomp los en uit elkaar) doet vermoeden dat de lagers aan gort zijn. Dit heeft niets te maken met het diesel- of het startprobleem, maar vereist wel de aanwezigheid van een werkplaats. Sterker nog een scheepswerf zou handig zijn, omdat we dan de startmotor zouden kunnen testen en laten we het dieselprobleem ook niet vergeten. De Solomon eilanden is een van die arme derde wereldlanden waar, buiten de hoofdstad Honiara, scheepswerven een zo goed als onbekende grootheid zijn. Nu wil het toeval dat op een luttele 15 mijl afstand, op het eilandje Liapari, zich een scheepswerf bevindt, geleid door Noel, een Nieuw Zeelander. Geluk bij een ongeluk? Wij denken van wel.
Op woensdag 4 mei moteren we 's ochtends, zonder problemen (motor start, diesel blijft stromen en pomp koelt voldoende) naar Liapari. Onderweg vangt Hanneke een 90 cm lange spaanse makreel, een prima vis voor de pot.
Through the reefs we enter the lagoon and find a well protected anchorage. We stay there 8 days. New bearings for the cooling water pump are flown in from Honiara to Ghizo and from there arrive by boat and the pump is as good as new again. The starter motor is checked, but nobody can find any problem with it. We have another attempt at fixing our diesel intake problem by replacing the fuel pump. This action did not fix the problem either, it just made it disappear temporarily.
We enjoy our stay in Liapari. Every day at the end of the afternoon there is a "happy hour", a pleasant get together with Noel, the yachties and any other foreigners. They day before we leave there is even a potluck BBQ. The yard has a small shop and sells "real" chicken eggs from Noel's own chickens. On Thursdays the yard's boat makes a round trip to Ghizo, which one can join for a few dollars to go shopping or whatever.
On Friday 13 May, a lovely windless day, we motor to Ghizo without any problems and anchor opposite the cafe/restaurant PT109. There are two other yachts there, we met them already in Liapari.
We varen tussen de riffen door de lagune binnen, waar we wederom een goed beschermde ankerplaats vinden. We blijven er 8 dagen. We repareren de koelwaterpomp met nieuwe lagers die uit Honiara worden ingevlogen naar Ghizo en dan per boot naar Liapari, kontroleren de startmotor waar niemand iets verkeerds aan kan ontdekken en doen een poging het dieselprobleem op te lossen, door een nieuwe dieselpomp te installeren. Uiteindelijk zal blijken dat dit laatste het probleem niet verhelpt, alleen maar tijdelijk verdoezelt.
Onze tijd op Liapari is verre van vervelend: aan het eind van elke middag is er een "happy hour" samen met Noel, de medezeilers en andere buitenlanders die aanwezig zijn en de dag voor we vertrekken wordt er een "potluck" BBQ georganiseerd. Er is een klein winkeltje op het terrein, waar ze ook echte kippeneieren verkopen van Noel zijn eigen scharrelkippen. Eenmaal per week kan je voor een luttel bedrag mee met een motorsloep naar Ghizo voor inkopen of wat dan ook.
Op vrijdag 13 mei, een schitterende windstille dag, moteren we probleemloos naar Ghizo, naar een ankerplaats tegenover het café/restaurant PT109. Er liggen nog twee boten voor anker, die we al kennen van Liapari.
GHIZO

22 Apr 2011

Kavieng
wed 31/3/2011 till fri 22/4/2011
Kavieng is the main town of the PNG province of New Ireland, but despite that it is a sleepy quiet township. The population is very friendly and are interested to know where we come from, what our names are, etc. etc. The local thief/con man is well known by everybody and when he tries his tricks on us, we are warned by several passers by that he is bad company (we were already a bit suspicious ourselves).
Kavieng
wo 31/3/2011 tot vr 22/4/2011
Kavieng is de hoofdplaats van de PNG provincie Nieuw Ireland, maar ondanks dat is het een rustig en slaperig dorp. De bevolking is uiterst vriendelijk en zoals bijna overal bijzonder benieuwd waar we vandaan komen, hoe we heten, enz. De plaatselijke dief/oplichter is bekend bij iedereen en als hij zijn truckjes bij ons probeert, worden we door verschillende voorbijgangers erop gewezen, dat hij niet deugt (zelf vermoedden we ook al iets).
There is a good market with an abundance of produce. All except bananas(!), a drought has wiped out the banana crop. Being in the tropics and without bananas, that is unheard of. So anytime we see bananas we buy them immediately. The capitalist theory of supply and demand does not operate here, because despite the lack of bananas are they still the cheapest fruit together with papaya's.
Er is een goede markt, dus aan verse waar geen gebrek. Behalve dan bananen(!), want door een onverwachte droogte hebben veel bananenbomen het loodje gelegd. In de tropen en dan geen bananen, dat kan eigenlijk niet. Het resultaat is wel, dat als we ergens banenen ontwaren die er redelijk uitzien, we ze onmiddellijk kopen. Het kapitalistiese verhaal van vraag en aanbod lijkt hier niet op te gaan, want ondanks het gebrek eraan blijven bananen, samen met papaja's, de goedkoopste vruchten.
Checking into the country is easy and free for us, despite the fact that other yachties had to pay for it. We blame it to the mysterious ways in which corruption works. Kavieng boasts ONE ATM and it accepts our dutch bank card, so we have no difficulty helping ourselves to the local currency, the kina. Except when our dutch bank account is empty, because we forgot to add money via the internet. Luckily Martha does it for us. That can happen when you have not been using money for a couple of months. Part of the money is immediately spent on a dive trip with the local dive operator. We see sharks, many reef fish and swim through narrow corridors and cave like structures. Nice and our own equipment gets used again for a change. Because Kavieng is a regional centre there are more supermarkets and shops than strictly necessary for its 3000 inhabitants. The shopping is good and we replenish our stores. They even have brown rice and whole meal flour(!) for a friendly price. We buy a large quantity of it and if we can keep the weevils under control, it should be enough to last till we reach New Zealand. We cannot buy any sugar. All of PNG is without sugar, because one of the two sugar factories is already for months out of order because of sabotage. And we had traded all our sugar, expecting to buy it here. Luckily the day before we leave a ship arrives with pellets of sugar and we are able to buy five kilo. There is a well stocked chemist/pharmacy and we buy new antibiotic powder, cream and pills. We need it, because since Ninigo we both suffer from tropical ulcers on our skin. They heal very slowly and it affects our health and well being. Some five years ago, when we left Vanuatu, we also left these tropical ulcers behind. But now, as we re-enter the Pacific Ocean the weeping sores are back again, a real nuisance. We are told that the ever present flies here spread the Yaws bacteria, when they land on small cuts or wounds in the skin. When you accumulate enough of these skin ulcers, they start to erupt all over your body, requiring a full course of antibiotics to get rid of it. We try not to let it escalate and we dab antibiotic powder or cream on every tiny cut and cover it so flies cannot land there. We were relieved when we could renew all the ammunition for this ailment in Kavieng.
Inklaren kost geen enkele moeite en verrassenderwijs ook geen geld, ondanks het feit dat anderen er wel voor moesten betalen. We wijten dat maar de mysterieuze wegen der korruptie. Kavieng kan zich beroemen op een flappentap en aangezien de machine onze ING kaart accepteert kunnen we de lokale munteenheid (kina) uit de muur trekken en dus aan geld geen gebrek. Althans er is geen gebrek nadat Martha ervoor gezorgd heeft dat de poen op de juiste rekening staat. Een organisatiefoutje van onze kant. Dat krijg je als je al maanden niet meer in de buurt van de geldekonomie geweest bent. Een gedeelte van het geld gooien we meteen over de balk door ons aan te sluiten bij een duiktrip van de lokale duikwinkel. We zien haaien, de bekende rifvissen en zwemmen door grot-achtige strukturen. Leuk en onze eigen apparatuur wordt weer eens gebruikt. Aangezien Kavieng een lokaal centrum is zijn er meer supermarkten en winkels, dan nodig voor de 3000 inwoners van het plaatsje. Er is dus goed te winkelen en we kunnen onze voorraden weer aanvullen. Er blijkt zelfs bruine rijst en volkoren meel (!) voor handen voor een vriendelijke prijs. We stouwen onze boot vol met dat spul en als het ongedierte (kevertjes) eruit weten te houden, dan moeten we genoeg hebben totdat we Nieuw Zeeland bereiken. Wat er niet is, is suiker. Heel PNG zit zonder, want door sabotage is een van de twee suikerfabrieken al maanden buiten bedrijf. En wij hadden onze hele voorraad geruild, denkend dat we in Kavieng weer suiker kunnen kopen. De laatste dag voor vertrek arriveert er een schip met een lading suiker en we bemachtigen vijf kilo. Er is een goed voorziene drogist/apotheek en we kunnen ons weer voorzien van nieuw antibioticapoeder, -zalf en -pillen. En dat is nodig want sinds Ninigo hebben we allebei weer last van tropiese zweren op de huid, die maar langzaam helen en onze gezondheid dreigen te ondermijnen. Ruim 5 jaar geleden, toen we Vanuatu verlieten, namen we ook afscheid van deze toestand en we zijn nog niet terug in de Stille oceaan en hoppa, de zweren zijn ook weer terug: lastig en vervelend. De overal aanwezige vliegen verspreiden de yaws bacterie als ze op wondjes of sneetjes zitten. En als je maar genoeg huidinfekties hebt, dan begint je lichaam zelf nieuwe zweren aan te maken. Tegen die tijd heb je een volledige antibiotica kuur nodig, dus het is zaak om het zover niet te laten komen, door de zweren zelf met antibioticapoeder of -zalf te bewerken. We zijn blij dat we in Kavieng deze ammunitie weer hebben kunnen aanschaffen.
In the street we are accosted by Clifford, the headman/policeman of one of two tiny remote islands, further north. He wants to know where he can find information on the internet about GPS. Regularly they visit Kavieng by boat to buy goods for Emirau island and on the way back it can be a challenge to find the island again, when the weather is bad. Currents are also unpredictable. He is convinced that a GPS can make this trip a lot safer and we agree whole heartedly. We remember that we still have our 18 year old Traxar GPS stored on the boat, a present from our american friend Mike all those years ago. Given also to make our journey a safer one. The Traxar still works, only the internal battery does not store settings and way points for long any more. To make a long story short: we unearth this GPS, test it (still works OK) and Joop installs it on the island boat of Clifford. We do not want any payment, but until we leave we are given bags of fruit and vegetables.
Op straat worden we aangesproken door Clifford, die hoofdman/politieagent blijkt te zijn op een van twee afgelegen kleine eilandjes die verder naar het noorden liggen. Of we hem zouden kunnen vertellen waar hij op het internet informatie kan vinden over GPS-en. Regelmatig komen ze per boot naar Kavieng om voorraden in the slaan voor het eiland Emirau en met slecht weer is het soms moeilijk om het kleine eiland terug te vinden. De stromingen kunnen onvoorspelbaar zijn. Het lijkt hem dat een GPS een hoop veiligheid kan geven. We zijn het daar helemaal mee eens en bedenken ons dan, dat diep onderin de Vaarwel we nog steeds onze oude trouwe Traxar GPS bewaren, die we 18 jaar geleden van onze amerikaanse vriend Mike kado gekregen hadden. Ook om ons zeilen veiliger te maken. De Traxar werkt nog, alleen de interne batterij is kaduuk en daardoor worden gegevens niet erg lang meer vastgehouden. Om een lang verhaal kort te houden: we graven het apparaat op, testen het (werkt naar behoren) en Joop installeert het op de eilandboot van Clifford. Betaling willen we niet, maar je begrijpt dat we daarna, tot aan ons vertrek, niet veel groente en fruit meer hoeven te kopen.
We do not only give presents away, we receive them too. The Malaysian super size cockroaches (these guys fly on board), have settled in our boat and multiplying fast. We mention it, when we are on Allan's boat, solving a couple of computer problems for him and Allan hands us some professional cockroach poison, a paste to put in cracks or corners. Wow, immediate results. Within a few days we find dead bodies when we open lockers, both big and small ones. For the moment the live cockroaches are history. On good Friday, 22 April, we have been long enough in PNG and Kavieng and leave in the direction of the Solomon islands, 550 nautical miles to the south east. A journey with some obstacles, but all in all a good trip.
We geven echter niet alleen weg, we ontvangen ook. De maleise reuzenkakkerlakken (dat zijn die jongens die kunnen vliegen) hebben zich aan boord genesteld en het begint uit de hand te lopen. We noemen dit op aan boord van een medezeiler, voor wie we wat computerprobleempjes uit de wereld helpen en Allan schenkt ons wat professioneel kakkerlakkengif (een pasta). Nou dat werkt. Binnen een paar dagen beginnen we her en der dode beesten tegen te komen, volwassenen en jonkies. Levende kakkerlakken zijn voorlopig verleden tijd. Op goede vrijdag 22 april vinden we dat we lang genoeg in PNG en Kavieng geweest zijn en vertrekken we richting de Solomon eilanden, 550 zeemijlen verderop en in zuidoostelijke richting. Een tocht met wat hindernissen, maar al met al niet slecht.

14 Apr 2011

Helen Reef and Helen island

Our anchorage is acceptable considering its holding power. The bottom is not really smooth, nor is it all sand as we discover when we leave. The boat had wrapped the anchor chain around a coral head. So, occasionally we heard some unpleasant scratching sounds, but the advantage is that we are not only held by our anchor. During one heavy shower in the middle of the night with gusts of 35 knots and above we did not drag a millimetre. The anchorage is enclosed by reefs, which break all the waves to manageable heights. The view from the mast is spectacular.
Helen rif en Helen eiland

Onze ankerplek is qua houdkracht van het anker redelijk te noemen. Helemaal vlak is de bodem niet en het is ook niet allemaal zand en bij vertrek blijkt de boot de ketting dan ook om een koraalkop gewikkeld te hebben. Dit maakt van tijd tot tijd ietwat naargeestige schuurgeluiden, maar heeft als voordeel dat we niet alleen aan ons anker hangen. Bij een nachtelijke bui met windstoten van boven de 35 knopen krabben we dan ook geen millimeter. We zijn omringd door riffen, die eventuele golven uit bijna alle richtingen tot behapbare hoogte breken en uitzicht, met name vanuit de mast is spektakulair.
When we take the dinghy to Helen island we notice a sharp change in depth to no more than a meter about half way. Further on, there is another step and we traverse a large sand bar, which more or less dries at low tide. Our inflatable dinghy will not float with us in it at low tide, so we have to coordinate our visits with the state of the tide. This shallow sand bar was not so long ago part of the island: Helen island has shrunk dramatically in recent years. More about that later.
The island is inundated by nesting seabirds. The small terns encountered even in the middle of the ocean, congregate here en masse to lay their eggs.
Als we met de bijboot naar Helen eiland varen blijkt halverwege de diepte ineens sterk terug te lopen tot niet meer als een meter en verderop is er nog een drempel en varen we over een zandplaat die bij laag water min of meer droog valt. In ieder geval is het dan zo ondiep dat onze opblaasboot met ons erin niet meer drijft. We moeten onze bezoeken aan het eiland dus wel enigszins plannen. Deze ondiepe plaat was nog niet zo lang geleden eiland: Helen eiland is de laatste jaren sterk in omvang afgenomen, maar daarover straks meer.
Het eiland blijkt vergeven van de nestelende zeevogels. De kleine sterntjes die je tot midden op de oceanen rond ziet vliegen/drijven, blijken massaal juist hier eieren te leggen.
To be precise: one egg. This egg is not kept warm, but rather shaded from the hot sun. There are so many birds, that those not involved with eggs or fishing swarm around the island in a big cloud. A noisy, screeching cloud, day and night. We don't mind that we are anchored at a distance from Helen island. When the flat little island is not visible at night, you can clearly hear where it is. Besides the nesting sea birds, the island is also popular with the green sea turtles, who lay and bury their eggs in the sand.
Beter gezegd: 1 ei te leggen, wat ook niet zozeer bebroed wordt, maar meer wordt afgeschermd van het direkte zonlicht. Het zijn zoveel vogels dat degenen die niet met een ei bezig zijn of met vissen, als een wolk boven het eiland hangen. En maar krijsen, dag en nacht. We zijn ergens wel blij dat we niet heel dicht bij Helen eiland geankerd zijn. 's Nachts als het platte eiland niet zichtbaar is kun je duidelijk horen waar het zich bevindt.
Behalve bij nestelende zeevogels is het eiland ook heel populair bij de groenrug zeeschildpad voor het leggen en begraven van eieren.
We watch three turtles, while we are only around early in the evening. The green backs lay eggs throughout the year and new turtles hatch throughout the year too. Now and then the four care takers (conservation officers) catch the baby turtles and fatten them up a bit, before letting them go after a week or two. Their survival rates increase considerably when they are bigger and stronger.
We zien er drie en dat terwijl we hooguit aan het begin van de avond op het eiland zijn. De groenruggen leggen het hele jaar door en dus komen de nesten ook het hele jaar door uit. De vier beheerders (conservation officers) vangen van tijd tot tijd een serie jonkies om ze dan na vetmesting, na een tweetal weken weer vrij te laten. Ze zijn dan een stukje groter en dat verbeterd hun overlevingskansen aanzienlijk.
The turtles only come ashore after sunset and during high tide. They bulldozer right through the nesting sea birds, while searching for a good spot for digging a hole for their eggs. Unavoidable, as the birds and eggs are everywhere. The care takers assure us that the overcrowding gets worse in a month's time, when a third type of sea bird arrives and every square meter is in use for nesting, right up to the houses of the care takers. And the turtles keep coming as well. Helen island is overpopulated by reproducing animals. The reason: in a couple of years time, this sand island has shrunk to less than a quarter of its original size. The two large shallow sandy areas on either side of the island used to be above water not too long ago. The rising sea levels due to Global Warming and a caretaker with pyromaniac tendencies are to blame. This care taker decided six years ago, that it was a good thing to get rid of the rats and ants on the island. His method was to burn the thick layer of grasses, that covered the island. The man had talent (he was known to have burned down other things as well) and the fire was a big success. No grass was left and a number of the trees and all the coconut trees also died, but the rats and ants were exterminated. The operation was successful but the patient almost died. The bare sand island that remained had no protection left against wind and waves and lost a large part of its land area. This care taker was dismissed, but the damage was done.
The current group of care takers try to get more vegetation, grasses and coconut palms (from washed ashore coconuts) in a desperate attempt to save the island. They managed to get the grasses growing again. The coconut palms will take a lot longer.
The rising sea level exacerbates the situation. At king tides (extreme high tides a few times a year) the water now reaches the houses of the care takers, while higher waves wash across the width of the island. A few centimetres of sea level increase can already be too much for such a low lying sand island as Helen island. Not only lowers it the island by the same amount, the barrier reef around the atoll will be a bit lower too and bigger waves will pass into the lagoon. During our two week stay we saw that a meter of the width of the island disappeared on the south side, while on the north side the island got higher (dune formation) but not wider.
Helen island should not disappear in the waves, because a) an important bird breeding area will be lost and, more importantly, b) the greenback turtles cannot lay their eggs any more. There are no alternative beaches anywhere in the neighbourhood for these endangered animals, who would probably not use these alternatives anyway (turtles do not seem very intelligent). There are a few more islands where they lay their eggs, put the turtle population of Helen is by far the largest. The disappearance of Helen island combined with the turtle consumption in Indonesia, may well spell the end of this turtle species in this part of the world.
American marine biologists have proposed spouting sand to restore Helen island to its original size (and a bit more height), but up to now no funds have been found for it. The chance for somebody with an affinity to turtles and tropical beaches who happens to have a few hundred thousands in spare cash, to do something useful with the money, which leaves a visible result.
The main task of the caretakers is labelling and documenting the egg laying turtles. Not very difficult, but time consuming, because a turtle can only be approached when she has done her duty (dig a hole, lay eggs, cover the hole). On some nights four or five turtles come ashore anywhere on the island (each greenback turtle lays 3 or 4 clutches of eggs in about a month time) and then it is a rush from one to the next to keep an eye on the proceedings.
During the day they have time to spare (unless they need to catch up on sleep) and plenty of time is spend on showing us the under water world of Helen reef and catching a lot of fish at the same time.
De schildpadden komen altijd na zonsondergang en alleen bij hoog water aan land en "stampen" dan, bij hun speurtocht naar de beste plek om een kuil te graven voor de eieren, dwars door het nestgebied van de zeevogels. Onvermijdelijk, want de vogels leggen ongeveer overal hun eieren. De beheerders verzekeren ons dat over een maand de overbevolking nog erger zal zijn. Een derde soort vogel moet nog arriveren en dan zal elke vierkante meter bevogeld zijn, tot aan en rondom de woning van de beheerders. En de schildpadden zullen gewoon blijven komen om hun eieren te leggen. Kortom Helen Eiland is wat voortplantingsgebied zwaar overbevolkt. Reden: in luttele jaren tijd is dit zand eiland gereduceerd tot minder als een kwart van z'n oorspronkelijke oppervlak. De aan twee kanten aanwezige en uitgebreide ondiepe zandplaten staken niet lang geleden nog boven water uit. Twee oorzaken lijken ten grondslag te liggen aan deze reduktie. De alom gevreesde Global Warming met z'n stijging van de zeespiegel en een vroegere beheerder met pyromaniese neigingen. Deze laatste had bedacht, zo'n zes jaar geleden, dat het wel nuttig en leuk zou zijn om alle ratten en mieren van het eiland te verwijderen. Zijn methode was het in de fik steken van de dichte laag grassen, waarmee het eiland bedekt was, na een periode van droogte. De man bleek een getalenteerd pyromaan (het is bekend dat hij wel vaker enthousiast zaken in de hens stak) en de grasbrand was een groot sukses. Behalve de komplete grasbedekking legden ook flink wat bomen het loodje (alle kokospalmen waren effektief verwijderd) en inderdaad is er geen mier of rat meer op Helen eiland te vinden. Het kind dreigt echter met het badwater weggegooid te worden, want de kale zandplaat die overbleef had na het effektief verwijderen van het wortelgestel van de grassen geen bescherming meer tegen de invloed van golven en wind. In een paar jaar tijd kalfde het eiland af tot zijn huidige omvang. Dat de pyromaniese idioot uit zijn funktie ontheven is, is een schrale troost.
De huidige beheerders proberen door het aanplanten van grassen en kokospalmen (middels aanspoelende kokosnoten) te redden wat er te redden valt en ze zijn erin geslaagd om de grasbedekking terug te krijgen. Wat de bomen betreft zal het wel wat langer duren. De verhogende zeespiegel maakt alles nog wat erger. Bij extreem hoog tij (een paar keer per jaar) bereiken sinds kort gematigd hoge goven het huis van de beheerders, terwijl hogere golven dwars over delen van het eiland slaan. Een paar centimeter waterverhoging kan al fnuikende gevolgen hebben voor zo'n laag gelegen zandeiland als Helen eiland. Niet alleen maakt het het eiland relatief lager, maar er kunnen ook hogere golven over het barrière rif van het atol komen, omdat dat rif die paar centimeter dieper onderwater zit. Wij zagen met eigen ogen dat in de twee weken dat we er waren er zeker een meter aan de zuidkant van het eiland verdween (afkalfde), terwijl aan de noordkant het eiland niet breder werd, maar wel hoger (duinvorming).
Helen eiland mag niet onder de goven verdwijnen, omdat er dan a) een belangrijk vogelbroedgebied verloren gaat, maar vooral b) de groenrug schildpadden hun eieren niet meer kwijt kunnen. In de buurt is er geen alternatief voor deze bedreigde diersoort en als het er wel was dan zouden ze er waarschijnlijk geen gebruik van maken (schildpadden lijken niet erg intelligent). Er zijn nog een paar eilanden waar ze ook eieren leggen, maar de populatie van Helen is verreweg de grootste. Het verdwijnen van Helen eiland, gekombineerd met het schildpadden eten in Indonesië, zou wel eens het einde kunnen betekenen van deze schildpaddensoort in dit deel van de wereld.
Amerikaanse zeebiologen hebben voorgesteld om Helen eiland tot de vroegere omvang op te spuiten (plus wat extra hoogte), maar tot op heden heeft nog niemand fondsen daarvoor kunnen vinden. Kortom voor iemand met een affiniteit voor schildpadden, tropiese eilanden en die ook nog een paar ton aan euro's of dollars over heeft, ligt hier een kans om er iets goeds mee te doen, met een zichtbaar en tastbaar resultaat.
De hoofdtaak van de beheerders is het merken (labelen) van en informatie verzamelen over de eierleggende schildpadden. Dit is niet moeilijk, maar wel tijdrovend, omdat ze de schildpad pas echt kunnen benaderen als ze haar taak verricht heeft (gat gegraven, eileren gelegd, gat weer dichtgemaakt). Op sommige nachten komen er wel 4 of 5 van die beesten aan land (elke schildpad maakt 3 a 4 nesten in het tijdbestek van een maand) en dan is het echt van de een naar de ander rennen.
Overdag hebben ze dus ruim tijd over (behalve als er slaap ingehaald moet worden) en een flink deel van die tijd wordt gebruikt om ons de onderwaterwereld van Helen rif te laten zien en en passant een massa vis te vangen.
This atoll has many coral areas suitable for snorkelling, but for diving you have to go to the outside of the barrier reef and sadly we do not have the equipment for that. The diving gear stays in its locker and we snorkel in several places. We have bought a cheap chinese underwater camera and take pictures and video. It works although we find the colours in the photos a bit colourless.
Het atol heeft een hoop snorkelbaar koraal, maar voor duiken zal je wel naar het buitenrif toe moeten en daarvoor zijn we helaas niet toegerust. De duikspullen blijven dus opgeborgen en we houden het bij snorkelen, met als voordeel dat onze goedkope chinese onderwaterkamera gebruikt kan worden. En het ding blijkt ook nog te werken, alhoewel de kleuren van de opnames een beetje flets zijn.
We eat numerous times with the four inhabitants and the menu includes raw fish salad, steamed fish and barbequed fish in all colours and sizes.
We eten een flink aantal keren bij de bewoners op het eiland en dat betekent rauwe vissalade, gestoofde vis, vis van de barbeque en in allerlei soorten en kleuren.
Hanneke surprises our hosts a few times with Thai fish curry, which everybody enjoys, while Joop leaves everybody astounded at the amount of fish he can eat and eat and eat.
We do some jobs on the boat (always repairs) and after 14 wonderful days at Helen island, the lagoon and reef we are ready for departure.
Hanneke verrast onze gastheren en –vrouw een paar keer met een thaise viscurry en iedereen geniet ervan, terwijl Joop iedereen verbaast doet staan over de enorme hoeveelheid vis die hij weg kan werken.
We knutselen wat aan de boot (altijd weer reparaties) en na 14 heerlijke dagen op en om Helen eiland en rif zijn we weer klaar voor vertrek.

31 Mar 2011

From Hermit island to Kavieng, New Ireland (PNG)
Fri 26/3/2011 till wed 31/03/2011
The distance between Hermit island and Kavieng is "only" 370 nautical miles (when compared to the previous two 800 mile stretches) and it should normally take us 4 to 4.5 days max. From the dates above it shows that the circumstances were not normal. It took us 5.5 days to reach our destination.
The start of our trip is OK. A hardly discernible northerly wind is blowing and as we are motoring east, it does not hinder us. It does not help us either as it is about force 1 (flat calm sea). At sunset on the first day we pass by three trawlers (korean?, taiwanese?, definitely not papuan) with gigantic nets. Small light ships mark the boundary of the nets, they carry an array of lights. We are glad we pass them while there is still some daylight left. In the dark, we would be puzzled to make any sense of these lights. These trawlers must have excellent fish detection equipment on board and they are not here by accident: we catch immediately a 3 kg tuna ourselves. This turns out to be the last fish we catch in PNG waters. Even here, the open sea has been emptied of most of the fish.
In the evening the wind increases and we hoist and unfurl the sails, but it does not increase the speed much. A very quiet night, the boat rocks lightly on the swell. After sunrise the wind disappears completely and the sea becomes oily smooth. We observe a school of yellowtail fish swimming alongside the boat for a while.
At Manus island we have the choice to pass it on the north or the south side. We opt for the north side, because there are less shallows there and one of the yachts we met in Hermit had the current against them. An indication that we will have the current with us on the north side! Not at all: the current must have turned 180° and we have it on the nose. The wind veers to the east and our speed decreases further.
We reach the last of the islands of the Manus group and turn 20 degrees to the right, following a more southerly heading. Within a few miles the adverse current increases, de wind increases and is right on the nose again and soon the dreaded "stop" waves start to appear. Add more rain showers to the mix and our quiet trip changes into a rough one. It is difficult to steer our desired heading, because we need to keep the sails full to make any speed at all. From time to time we even resort to manual steering, because our automatic steering cannot handle the confused seas.
During the night we get a real fright, when we hit something with a loud thud: is it a tree trunk?, a buoy?, a fish aggregation device? We will never know, because it is a dark night en even with the search light we do not spot anything floating. We did not sustain any damage from it, except the shock to our hearts.
For more than 24 hours our speed over ground hardly exceeds two knots and often it is closer to 1.5 knots. We are crawling and not even in the right direction either. Just as we are doubting whether we will ever reach Kavieng, the wind veers to north east, de current eases and our speed increases to almost three knots. Showers get more frequent and heavier, but without much wind and we don't care, because finally we are going in the right direction again.
Our planning (silly to plan on a small sail boat with a small engine) goes out the window. The final 20 miles to Kavieng you have to wind your way through a multitude of reefs and islands (no buoys), it can only be done safely in the daytime with good visibility. When we arrive at sunset in the lee of New Hannover island, the wind and showers disappear completely, there is no swell nor hardly any current. Perfect for a night of floating around. We down the sails, stop the engine and enjoy the silence!
The next day is a beautiful sunny day without any wind. We have all day to motor to Kavieng, where we anchor near Nusa island surrounded by reefs, opposite the township.
Van Hermit eiland naar Kavieng, New Ireland (PNG)
Vr 26/3/2011 tot wo 31/03/2011
De afstand van Hermit naar Kavieng is "slechts" 370 nautiese mijlen (slechts, in vergelijking met de twee maal ruim 800 mijlen van de vorige etappes) en dat zou ons onder normale omstandigheden niet meer als 4 tot 4,5 dag moeten kosten. Uit bovenstaand begin en eind datum blijkt wel dat de omstandigheden niet normaal waren. Het kost ons 5,5 dag om op de plaats van bestemming te komen.
De tocht begint niet slecht. Er waait een bijna onmerkbare noordelijke wind en aangezien we naar het oosten motoren hebben we daar geen last van. Ook geen voordeel aangezien de windkracht ongeveer 1 is (rimpelloze zee). Bij zonsondergang op de eerste dag varen we langs een drietal trawlers (koreaans?, taiwanees?, wie het weet mag het zeggen, in ieder geval niet papoeaas) met gigantiese netten. De netten zijn afgebakend met speciale lichtbootjes (met heel veel en onbegrijpelijke lampen) en we zijn blij dat we eraan voorbij varen in het laatste daglicht. Kom je dit tegen in het donker dan begrijp je er niets van. De trawlers hebben wel goeie visopspoorapparatuur aan boord en ze zijn niet toevallig in dit gebied: we slaan meteen een tonijntje van 3 kilo aan de haak. Uiteindelijk zal blijken dat dit ook de laatste vis is die we vangen in PNG wateren. Ook hier lijkt de open zee behoorlijk leeggevist.
's Avonds neemt de wind iets toe en we zetten de zeilen bij, maar veel maakt het niet uit. Een zeer rustige nacht met alleen een lichte deining die de boot traag doet schommelen. 's Ochtends valt de wind weer kompleet weg en wordt de zee olieachtig glad en doorzichtig. Een schooltje kleinere geelstaart vissen zwemmen een tijdje met de boot mee.
Bij Manus eiland hebben we de keus om er noordelijk of zuidelijk langs te gaan. We doen de noordelijke route omdat die minder ondieptes kent en omdat één van de boten, die we op Hermit ontmoette, op weg naar Hermit stroom tegen had gehad. Dat zou voor ons stroom mee betekenen! Vergeet het maar: de stroom 180° gedraaid en wij hebben hem tegen. De wind begint om te lopen naar het oosten en onze snelheid neemt nog verder af.
We bereiken het laatste oostelijke eiland van de Manus groep en slaan "rechtsaf" (varen een 20 graden zuidelijker koers). Binnen een paar mijl neemt de tegenstroom sterk toe, komt de wind met meer kracht rechter op kop en beginnen de gevreesde "stopgolven" zich te vormen. Dit gekombineerd met steeds buiiger weer, betekent dat de rustige tocht ineens flink onrustig aan het worden is. Koers houden wordt allengs moeilijker, want we moeten druk in de zeilen houden om nog wat vaart over te houden. Van tijd tot tijd dient er zelfs met de hand gestuurd te worden, omdat de elektriese stuurautomaat de verwarde zeeën niet aankan.
's Nachts schrikken we ons het lazarus wanneer we met een dreun tegen iets aanvaren: een boomstam?, een losgeslagen boei?, een visding?, we zullen het nooit weten, want het is stikdonker en ook met een schijnwerper kunnen we niks vinden. Uiteindelijk blijken we ook geen noemenswaardige schade te hebben. Afgezien van een hartverzakking dan.
Ruim 24 uur lang komt de snelheid over de grond nauwelijks boven de twee knopen uit en is vaak in de buurt van de 1,5 knoop te vinden. We kruipen dan ook nog niet eens in de goede richting. Juist als we beginnen te denken dat we op deze manier nooit ons doel zullen bereiken, draait de wind naar noordoost, neemt de stroming af en onze snelheid toe naar bijna 3 knopen. De buien worden heftiger en langer, maar veel wind zit er niet meer in en het kan ons eigenlijk ook niet deren, want we liggen weer op koers.
De planning (voor zover je die kan hebben op een zeilboot met een kleine motor) ligt geheel in duigen. De laatste 20 mijl naar Kavieng gaat tussen allerlei riffen en eilanden door (geen bebakening), dus dat kan alleen overdag met goed licht. Als bij zonsondergang we in de lei van het eiland Nieuw Hannover aankomen, blijkt de wind kompleet te verdwijnen, de stroming verwaarloosbaar te zijn, we in de buienschaduw te zitten en zelfs de deining is afwezig. We halen de zeilen naar benenden, c.q. rollen ze op, zetten de motor uit en besluiten een nachtje te gaan dobberen. Wat een rust!
De laatste dag is het weer schitterend mooi en zonnig en zonder wind. We motoren op ons gemak naar Kavieng, waar we een keurige rustige ankerplek vinden bij Nusa eiland, schuin tegenover het plaatsje van een paar straten.

26 Mar 2011

Hermit island
8-26 March 2011  
Unlike its pancake flat neighbour Ninigo, Hermit island consists of two hills joined by a wide sand spit. The whole village is located on the sand spit and the gardens on the hill sides.
Hermit eiland
8-26 maart 2011
In tegenstelling tot het platte Ninigo bestaat Hermit eiland uit twee heuvels verbonden door een zandbank. Alle huizen staan op de zandbank en de tuinen liggen op beide heuvels.
When we motored into the bay, navigating between the many reefs, we were welcomed by Ben and Ezekiel and escorted to the best spot for anchoring. Joop did not like it, too much coral. We checked other spots in the bay, but there was nothing better.
Bob was waiting for us on the beach, eager to show us the village where about 160 people live. Everything was very neat and tidy, a model village with paths lined with flowering hedges, the houses made with traditional materials and palm frond roofs. Everybody greets and waves to us. On the way we are given a drinking coconut, while Bob informs us that rising sea levels is a major worry. Luckily they have the possibility of relocating to the two hills, in contrast with the Ninigo inhabitants, who will see all their islets swallowed up by the sea.
Toen we aan kwamen varen tussen de vele riffen door binnen het buitenrif werden we verwelkomd door Ben en Ezekiel die ons de ankerplek gewezen. Joop was er niet tevreden mee, veel teveel koraal. We hebben de baai verder verkend, maar het was inderdaad de enige mogelijkheid. Bob wachtte ons op bij het strand en liet ons het hele dorp zien. Er wonen zo'n 160 mensen en het is een modeldorp: keurige paden overal, bloeiende heggetjes tussen de traditioneel gebouwde huisjes. Iedereen groet en wuift. Onderweg drinken we kokosnoot en Bob vertelt ons meteen dat de zeespiegel steiging een grote zorg is. Gelukkig kunnen ze nog hogerop gaan wonen, in tegenstelling tot de mensen in Ninigo, waar alle eilandjes helemaal onderlopen.
Hermit island has fresh water wells, an opportunity for us to do the laundry at Bob's house. In the morning we take it and leave it to soak and return in the afternoon for washing and rinsing. Except all our laundry is already drying on the washing line. Evelyn, Bob's wife, has done it for us. We happily give her cloth for a new dress. For small fish hooks we are given food, such as papaya, pineapples, coconuts and even cray fish, a type of lobster.
Dit eiland heeft zoet waterbronnen, dus we kunnen ook de was doen bij Evelyn, de vrouw van Bob. We zetten alles in de week en als we 's middags terugkomen voor het echte wassen en spoelen, hangt de hele was al aan de lijn. Wij blij en we maken haar blij met een lap voor een jurk. Voor vishaken brengt men ons van alles, papaja, bananen, kokosnoten en zelfs langoesten (een soort kreeft) en vis.
They are 7 day Adventists, who observe the Sabbath on Saturday and do not eat lobster (any more). On Friday the men are busy catching fish and the women with food preparation, because no work is done on Saturday, not even cooking.
They earn some money here with catching live fish. They are kept alive in a fish farm, until the boat comes to transport them in tanks to Manus island. From there by airplane to Hong Kong and Japan, where people will pay a premium for live fish. Ezekiel and his mate bring us daily a live fish for our raw fish salad. Delicious! Chinese businessmen had started the live fish business in Papua New Guinea. The islanders had to buy from them the small boats with holding tank for the fish plus the outboard motor and fuel. After a while the Chinese stopped paying the agreed price for the fish, so the islanders stopped fishing and the live fish trade stopped. Recently an Australian guy has started the project again and we hope that he is trustworthy.
Two other yachts join us in the bay, Ilo from France and Que Pasa from South Africa. These are the first two yachts we see since we left Malaysia six weeks ago. We ask them about their experiences in PNG and the Solomons and tell our story about Helen reef and our trip from Malaysia.
Bob organises a BBQ on Sunday in the Manta Ray Pass. We motor there, after divers have extricated our anchor chains from the coral. The weather is unsettled and rain storms hit us on the way and reduce visibility to nil. Only when the rain diminishes can we continue to our destination, where we anchor in sand. A smorgasbord of food is prepared for all of us and our contribution is a rice with beans pot and dates.
Men eet zelf geen langoesten meer, hun geloof (7e dags adventisten) staat dat niet toe. Zaterdags is hun rustdag, waarop ze naar de kerk gaan en absoluut geen werk verrichten. Op vrijdag zijn de mannen druk bezig met vissen en de vrouwen met de maaltijd van zaterdag voorbereiden, want op zaterdag wordt er niet gekookt.
Een aantal mensen verdienen hier wat geld met de visvangst van levende vis. De vis gaat tijdelijk in een viskwekerij, tot ze per schip wordt afgevoerd. Elke paar weken komt een vissersboot, die de vissen in tanks vervoerd naar Manus eiland, zo'n 150 zeemijl verderop, vanwaar ze per vliegtuig naar plaatsen als Hongkong en Japan gaan, waar men een kapitaal over heeft voor levende vis. Oorspronkelijk hadden Chinezen de levende visonderneming opgezet op meerdere eilanden in Papua Nieuw Guinea. De eilanders moesten van de Chinezen speciale bootjes kopen met ingebouwde vistanks en ook een buitenboordmotor en benzine. Na korte tijd flesten de Chinezen de boel, door niet de afgesproken prijs te betalen voor de vis, waarna alle eilanders stopten met het vissen. Kort geleden heeft een Australiër de levende visvangst weer opnieuw opgezet en we hopen dat hij wel te vertrouwen is. Wij worden door Ezekiel en zijn maat dagelijks van springlevende vis voorzien, elke dag rauwe vissalade, heerlijk.
Er komen twee jachten bij in de baai, Ilo uit Frankrijk en Que Pasa uit Zuid Afrika. De eerste twee boten die we tegenkomen sinds ons vertrek uit Maleisië, 6 weken geleden. Wij horen ze uit over PNG en de Solomon eilanden en vertellen hun over onze tocht en over Helen reef.
Bob organiseert een barbeque op zondag in de Manta Rog pas. We varen erheen, nadat duikers onze ankerkettingen uit het koraal bevrijd hebben. Het weer is helaas onbestendig en zware regenbuien barsten los, die ons het zicht benemen. Pas als de buien overgedreven zijn zetten we weer koers naar onze bestemming en ankeren op zand.
Er wordt een waar smorgasbord aan eten gekookt en gebakken, onze bijdrage is een rijst met bonenpot en dadels.
All the date kernels are collected to be planted later. They want to grow their own date palms. Enough sand and sun for these palms, perhaps too much rain, we hope these palms will grow here.
After the BBQ lunch we go snorkelling with Bob as our guide and hope to spot a Manta ray. No luck on Sunday, but on Monday Joop finds one after a long search. The manta rays are very large but not dangerous. There is a "cleaning station", a spot where small fish wait for the manta ray and cleans them. The ray slowly swims small circles on this spot, while we hang around above the ray to observe it.
Alle dadelpitten worden verzameld, want men gaat proberen ze op te kweken tot dadelpalmen. Er is voldoende zand en zon, misschien teveel regen, maar wie weet willen ze tocht wel groeien.
Na de lunch snorkelen we met Bob als gids en hopen we een Manta rog te zien. Geen geluk op zondag, maar op maandag ziet Joop er een na flink zoeken. Dit zijn ongevaarlijke roggen, maar wel imposant groot. Er is in de pas een plek waar kleine vissen ze opwachten om ze schoon te maken. De rog zelf zwemt er heel langzaam rondjes en wij hangen er boven rond om naar de rog te kijken.
We sail back to the main bay and pick up the only available mooring this time. A much better idea than wrapping our chain around the coral heads. The next couple days we don't sleep well, because of strong winds blowing. Rain and easterly wind, not good weather for leaving. Que Pasa leaves, the strong easterly wind is no deterrent for them as they are going north.
We varen weer terug naar de hoofdbaai en pikken de enige aanwezige ankerboei op, een veel beter idee dan de ketting om allerlei koraal te draaien. We slapen slecht, omdat het heel hard waait. Een paar dagen lang blijft het waaien en regenen, geen goed weer om te vertrekken. Que Pasa vertrekt wel, de harde oostenwind is voor hun geen belemmering, ze varen naar het noorden.
We wait and spend our days with small repairs, walks, chats and trying to solve the odd technical problem in the village. We rebuild a 64 led lamp for Bob, so it can be used with a 12 Volt car battery instead of batteries (there are a few 12 Volt batteries, charged by solar panels on the island). We open it up and find a whole family of cockroaches inside, horrible animals to have on board.
Luckily the people here can use almost anything in exchange for fresh produce. In the end we have to ration the small fish hooks and we run completely out of sugar. We fall in love with the delicious pineapples they grow here. When that gets known, we are inundated with pineapples. At one point we have six ripe ones on board and have to eat more than one pineapple a day to keep up with the supply. Delicious!
Finally the weather improves, the wind diminishes and turns north east. We leave Hermit through the east pass, head for Kavieng, the main town of New Ireland island in PNG.
Wij wachten en brengen de dagen door met reparaties, wandelingen, praatjes en proberen wat techniese problemen op te lossen in het dorp. Voor Bob bouwen we een 64 led lamp om van batterijen naar 12 Volt auto accu (er zijn er een paar, gevoed door zonnecellen). We schroeven het ding open en er komt een hele familie kakkerlakken uit de lamp zetten, de laatste beesten die we aan boord willen hebben.
Gelukkig kan men van alles gebruiken op Hermit eiland in ruil voor verse waar. Op het eind moeten we de kleine vishaken rantsoeneren en de suiker gaat helemaal op. We worden helemaal verliefd op de overheerlijke ananassen van Hermit en dat raakt bekend, met als resultaat dat we op een gegeven moment zes van die vruchten aan boord hebben en we "verplicht" zijn om meer als een ananas per dag te konsumeren. Heerlijk!
Eindelijk klaart het weer op, de wind verminderd en wordt noordoost, dus we varen door de oostpas op weg naar Kavieng, de hoofdplaats van New Ireland in Papua Nieuw Guinea.